Zo kun je het ook zeggen!
Het modelleren van syntactische taalvariabiliteit

Tijdens het spreken en schrijven maken mensen aan de lopende band keuzes over hoe ze iets verwoorden. Dit heeft niet alleen betrekking op het vocabulaire, maar ook op de zinsstructuur (de syntaxis). Een bekend voorbeeld is de afwisseling van constructies als hij geeft de bal aan de jongen en hij geeft de jongen de bal. Beide zinnen zijn even grammaticaal, maar in sommige contexten klinkt de ene variant beter dan de andere. Weten wanneer welke constructie het beste gekozen kan worden is relevant voor taalleerders en voor ontwikkelaars van taal-technologische toepassingen zoals een automatische vertaalmachine.

Mijn onderzoek richt zich op de keuze tussen de Engelse constructies he gives the ball to the boy en he gives the boy the ball. Ik heb hiervoor in een grote verzameling van gesproken en geschreven teksten gezocht naar momenten waarop deze keuze gemaakt is. Vervolgens heb ik allerlei eigenschappen van het 'thema' (the ball in het voorbeeld) en de 'ontvanger' (the boy) enoteerd, bijvoorbeeld de lengte, of het al eerder vernoemd is in de tekst, etc. Met behulp van geavanceerde statistische modelleringstechnieken heb ik bepaald welke eigenschappen (of combinaties) de variabiliteit het beste lijken te verklaren. De resultaten hiervan bespreek ik in de presentatie.


Presented at: Louter Letteren 2008, 16 October 2008, Radboud University Nijmegen, Nijmegen, The Netherlands.
Slides (pdf; 108kB)


back to presentations and posters